Uit een bevraging door ‘Wel Jong Niet Hetero’, de koepel van holebi-jongerenverenigingen, blijkt dat één op de tien homo- of biseksuele jongens tussen 12 en 29 zich ooit al heeft laten betalen voor seks.
“Heel erg verontrustend”, vindt Barbara Van Speybroeck van de holebi-jongerenkoepel. Dat zoveel jongens zich op een bepaald moment prostitueren, heeft volgens haar te maken met de financiële situatie van veel jonge gays. Uit de rondvraag bleek bovendien dat bijna een derde de hiv-status van zijn partner niet kent. “Dit is zo verontrustend dat we dringend meer inspanningen vragen van de overheid voor wat betreft het preventiewerk voor een veilige seksbeleving bij holebi-jongeren”, aldus Wel Jong Niet Hetero (WJNH).
Eind oktober namen meer dan 700 jonge holebi’s deel aan een internetonderzoek over relaties en seks op de website van WJNH.
“Daarmee wilden we seks en relaties meer bespreekbaar maken bij onze doelgroep”, legt Van Speybroeck uit. “We zijn geschrokken van het aantal jongeren dat met relatie- of seksproblemen kampt. Er moeten meer inspanningen gedaan worden, en niet alleen voor veilig vrijen.”
Enkele bijkomende cijfers illustreren het probleem:
• Eén op de acht koppels heeft nooit afspraken gemaakt over seks met anderen. Daar staat tegenover dat twee derden van de koppels afgesproken heeft monogaam te zijn.
• Bijna een vijfde van de respondenten geeft aan ooit een slippertje begaan te hebben. De helft daarvan heeft het nooit aan hun partner verteld. Uit ander onderzoek blijkt dat hiv-infecties vaak binnen relaties gebeuren, nadat een partner onveilige seks heeft gehad buiten de relatie.
• Een vijfde van de homo- en bi-jongeren met een relatie zegt dat de partner te weinig weet wat hij prettige seks vindt. Een tiende van de jongeren onder de 22 voelt zich maar zelden of soms veilig en gerespecteerd tijdens de seks met de vaste partner.
• 12,7 % van de jongeren onder de 22 jaar werd ooit al gedwongen tot seks. Bij de jongeren van 22 tot en met 29 jaar is dat 6,3 procent.
• Een derde van de homo- en bi-jongeren is niet zeker van zijn hiv-status. Evenveel jongeren kennen de status van hun partner niet. Een kwart van de jongeren die zich nog nooit heeft laten testen, is bang om de test te vragen bij de dokter.
Blind vertrouwen
“Het ontbreekt holebi-jongeren te vaak aan weerbaarheid en communicatievaardigheden”, gelooft Van Speybroeck. “In elke relatie moet open en eerlijk gepraat worden. Het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken en om respectvol met elkaar om te gaan. Sommige jongeren hebben een blind vertrouwen in hun partner. Ze zijn er vast van overtuigd de ware gevonden te hebben, voor altijd. Te veel jongeren raken gekwetst, of erger, lopen een soa op. Wanneer je de ware zoekt, moet je er ook voor zorgen dat je nog gezond bent wanneer je hem of haar vindt. Het is niet fijn om hun droombeeld te doorprikken, maar we kunnen niet anders.”
Meer dan condooms
De belangenorganisatie voor holebi-jongeren vindt dat de overheid en het preventiewerk die boodschap meer moeten uitdragen. “Je mag niet tevreden zijn als iedereen met een condoom vrijt”, vindt Van Speybroeck. “De preventie is daar nog te veel op gericht. Jongeren moeten leren openlijk te praten met hun vaste partner en met eventuele losse sekspartners. Dat wil niet zeggen dat WJNH aan de zijlijn gaat staan. Zowel nationaal als lokaal zullen we ons inzetten voor meer openheid en weerbaarheid. Het wordt geen eenvoudige klus, maar samen kunnen we meer doen.”
Tot slot nog dit: 0,8 procent van de deelnemers aan de poll is zeker seropositief, 67,7 procent is zeker seronegatief. De anderen weten het niet. In België zijn er weinig cijfers beschikbaar over hiv-besmettingen. WJNH vraagt de overheid om onderzoek te steunen zodat het preventiewerk beter afgestemd kan worden op de realiteit.
Redacteur: Alexander
Datum: Wednesday, December 5 2007