De Verenigde Naties spreken zich voor het eerst uit tegen de misdrijven waarvan homo’s in Irak het slachtoffer worden. Irak wordt gewezen op een compleet gebrek aan initiatieven om de veiligheid van homo’s te verbeteren.
Homo’s hebben nooit een rooskleurig bestaan gekend in Irak, maar sinds het uitbreken van de burgeroorlog tussen Soennieten en Sjiieten zijn de levensomstandigheden en -verwachtingen van homoseksuelen er dramatisch op achteruit gegaan. Wie iets onderneemt tegen holebi’s, lijkt wel straffeloos. Islamitische groepen en andere milities blijken uitermate vijandig te staan tegenover hun homoseksuele landgenoten. Deze bendes aarzelen niet om (openlijke) vormen van repressie te organiseren.
Het stilzwijgen van de regering geldt voor hen louter als aanmoediging om door te gaan met de homofobe tirannie. De Iraakse autoriteiten noemen het rapport ‘oppervlakkig’ en vinden het niet kunnen dat er wordt gesproken over thema’s die taboe zijn in Irak. Een regeringswoordvoerder veegt het rapport van tafel en zegt dat de VN de waarden en tradities van Irak moeten eerbiedigen. We doen ons best om de mensenrechten in Irak te doen naleven, luidt het.