De universiteit van Amsterdam heeft vastgesteld dat snel starten met medicijnen na een recente hiv-besmetting voordeel oplevert. Dat wordt in Nederland de norm, maar de Vlaamse aidsreferentiecentra zijn niet overtuigd.
Patiënten van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam die kort na hun besmetting begonnen met een kuur van zes maanden, hoefden gemiddeld pas twee jaar later starten met het levenslang pillen slikken om hun hiv-besmetting onder controle te houden. Dat bleek uit een studie onder 173 mensen die recent met het virus besmet raakten.
Hoogleraar infectieziekten Jan Prins van het AMC verwacht dat de standaardrichtlijn voor de behandeling van een hiv-infectie snel wordt aangepast. De huidige richtlijn schrijft namelijk voor dat artsen wachten met het voorschrijven van medicijnen tot het afweerniveau van een patiënt onder een bepaalde waarde is gezakt. Die richtlijn komt voort uit de tijd dat hiv-medicijnen nog zware bijwerkingen hadden. Artsen hadden echter al langer het idee dat het snel aanpakken van de (zeer) recente besmetting later tijdwinst zou opleveren voor de patiënt.
De AMC-onderzoekers gaven twee groepen patiënten meteen medicijnen in plaats van af te wachten. Na deze kuur bleek dat het tot twee jaar langer duurde voordat die patiënten moesten beginnen met chronisch pillen slikken. Het maakte daarbij niet uit of de beginkuur 6 of 15 maanden had geduurd. Het AMC is al begonnen met de nieuwe therapie voor recent besmette patiënten. Zij krijgen in Amsterdam meteen een kuur aangeboden, aldus het ziekenhuis.
Geen snelle opstart in Vlaanderen
In ons land is men echter nog niet overtuigd van het voordeel dat een vroege opstart van hiv-medicatie na een recente besmetting zou opleveren. Onze redactie stak haar licht op bij de befaamde Vlaamse aidsspecialisten dr. Eric Florence van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen en prof. dr. Eric Van Wijngaerden van het UZ Leuven.
Dr. Eric Florence: “Wij starten de behandeling in acute infectie op het ITG enkel indien de patiënt vragende partij is en aan bepaalde voorwaarden is voldaan. In sommige zeldzame gevallen, zoals bij een zeer prille besmetting (seroconversie), zullen we de patiënt aanbevelen om dringend de behandeling met hiv-remmers op te starten. Bij recente infecties na de seroconversie (wanneer het virus zich genesteld heeft in het lichaam) zullen we onze tijd nemen en de patiënt correct informeren over de verschillende opties.”
In Vlaanderen wordt dus nooit een vroege behandeling opgestart? “Jawel”, verduidelijkt Florence. “Therapie kan opgestart worden als de patiënt nog in acute fase (prille infectie) verkeert. Maar therapie hoeft naar mijn mening niet altijd vroeg opgestart te worden. De limiterende factoren liggen vooral bij de patiënt: nood aan informatie, verwerking van de diagnose, wikken en wegen van de pro’s en contra’s, risico van transmissie naar partner toe, etc..”
In Nederland wordt de therapie na zes maanden gestopt. “Bij ons zeker niet”, aldus Florence. “Eens opgestart stopt het ITG de behandeling NIET na zes maanden. Ik vraag me af wat de winst is om eerst 6 (of 15) maanden te behandelen, om daarna tot twee jaar te winnen. Dat levert een nettowinst op van 9 tot 14 maanden op een totale behandelingsduur van enkele tientallen jaren. Ik zou de publicatie eerst volledig moeten lezen, maar ik betwijfel of de studie uit Amsterdam de norm in de behandeling van acute hiv-infectie zal veranderen. Ik vrees dat de media het besluit van de studie opgeklopt hebben.”
Prof. dr. Eric Van Wijngaerden van het UZ Leuven - het grootste ziekenhuis van het land - sluit zich in grote lijnen aan bij zijn Antwerpse collega dr. Florence. “Eerst moeten we de studie grondig en integraal bestuderen, maar ik lees in de pers dat zes maanden vroege behandeling zou toelaten de ‘levenslange’ therapie met maximaal twee jaar uit te stellen. De echte vraag is niet of we een methode moeten zoeken om later te kunnen starten met definitieve therapie. Wat we ons wél moeten afvragen, is of het effectief beter is om vroeger te starten met de inname van hiv-remmers. Maar dan inderdaad niet om zes maanden later te stoppen. Een lopende studie (START) zal ons hier over enkele jaren - hopelijk - uitsluitsel geven.”