De stad Antwerpen wil meer aandacht voor de gezondheid van sekswerkers en aan de aanpak van overlast. Het beleidsplan prostitutie 2008-2013 heeft ook aandacht voor de talrijke homohoeren in de stad.
Monica De Coninck (SP.A), de schepen van Sociale Zaken en OCMW-voorzitster, heeft haar beleidsplan prostitutie 2008-2013 klaar. Het schepencollege heeft het plan goedgekeurd en vraagt dat de gemeenteraad dat op de volgende zitting ook doet.
Revolutionair is haar nieuwe beleidsplan niet, geeft De Coninck ruiterlijk toe. Maar dat moet ook niet, want de stad kiest voor een voortzetting van het beleid. “Het goede werk wordt voortgezet”, zegt De Coninck in De Standaard. Het is meer een actualisering van het vorige beleidsplan.
Op uw gezondheid
Maar er zijn verschillen. Het vorige plan was sterk repressief gericht op het opkuisen van het Schipperskwartier en de Atheneumbuurt. Dat moet nu niet meer, want het werk is daar voor een groot stuk gedaan. De raam- en straatprostitutie heeft de stad min of meer onder controle. Dus kan de aandacht verschuiven naar de gezondheid van de prostituees.
In ieder geval wordt het boysproject voortgezet. Dat richt zich tot mannelijke prostituees rond het Stadspark. In Antwerpen werken volgens de cijfers van het kabinet Sociale Zaken zo'n 1.700 sekswerkers. Opvallend: 45 procent van hen is man. In de raamprostitutie is 75 procent vrouw en 15 procent man. In de caféprostitutie kantelt die verhouding: 50 vrouwen tegenover 200 mannen. In het escortgebeuren neemt het aandeel van de mannen nog toe.
Het verrassend hoge percentage mannen wijst volgens De Coninck ook op het immense taboe op homoseksualiteit in de islamitische gemeenschap. In de raamprostitutie dient een opvallende instroom van blanke vrouwen uit Bulgarije en Roemenië te worden genoteerd. Privé- en thuisontvangst zijn over de hele stad Antwerpen verspreid.