Lesbiennes spreken lager, sneller en monotoner dan heterovrouwen. Dat is de conclusie van een wetenschappelijke masterproef aan de Gentse universiteit. Maar sommige lesbiennes vinden zo'n studie zinloos.
'Akoestisch onderzoek naar de toonhoogte van lesbische vrouwen.' Het klinkt een tikkeltje absurd en zelfs pseudowetenschappelijk, maar het is wel de officiële titel van de proef waarmee Jana Vandaele uit Stekene afgelopen academiejaar aan de UGent haar mastergraad behaalde in de logopedische en audiologische wetenschappen.
Niet dat het de eerste keer is dat de manier van spreken van homoseksuelen wordt onderzocht. Jana Vandaele: “Studies uit het verleden hadden al aangetoond dat luisteraars met grote precisie de seksuele geaardheid konden raden van mannelijke proefpersonen die dezelfde tekst voorlazen. Toen al werd gesuggereerd dat dit mogelijk was omdat homoseksuele mannen gemiddeld op een hogere toon spreken en meer variatie in hun toon leggen dan heteroseksuele mannen.”
Op verzoek van haar promotor, professor John Van Borsel, deed Jana de test over met lesbiennes. Ze stelde een panel samen van 34 lesbische vrouwen en een controlegroep van dubbel zoveel heteroseksuele vrouwen. 'De lesbische vrouwen vond ik door kennissen aan te spreken of via verenigingen. Hun leeftijd varieerde van 17 tot 52 jaar.”
De proefpersonen lazen de Nederlandstalige standaardtekst ‘De noordenwind en de zon’ voor. Hun stem werd opgenomen met wetenschappelijke apparatuur van de Gentse universiteit, waarna de opnames werden geanalyseerd met een fonetisch softwareprogramma.
Beduidend lager
Jana Vandaele geeft toe dat ze niet had verwacht dat haar onderzoek significante verschillen zou aantonen tussen de manier van spreken van lesbische en heterovrouwen. De cijfers liegen echter niet. In de voorleesproef blijkt de gemiddelde toonhoogte van de lesbische vrouwen beduidend lager te liggen dan die van de andere vrouwen: 194 hertz tegenover 204 hertz. Ter vergelijking: mannen scoren gemiddeld 120 hertz.
De lesbische proefpersonen lazen ook sneller: ze deden er gemiddeld 41 seconden over, 3 seconden vlugger dan de gemiddelde score van de heterovrouwen.
Ten slotte stelde de studente ook vast dat bij het lezen de toonhoogte van de lesbische stemmen aanzienlijk minder schommelingen vertoont. Jana Vandaele: “Het komt erop neer dat de manier van spreken van lesbische vrouwen meer neigt naar die van heteroseksuele mannen.”
Een verklaring daarvoor heeft de wetenschap vooralsnog niet. “Ik heb het rookgedrag van de proefpersonen onderzocht en dat speelt alvast geen betekenisvolle rol. Er blijven drie hypothesen over. Ofwel is de oorzaak biologisch en ontwikkelt het strottenhoofd zich anders bij lesbische vrouwen. Of er is een sociale verklaring: de gemiddelde lesbische vrouw spiegelt haar spreekpatroon aan dat van de man. Een derde mogelijkheid is dat sommige lesbiennes hun spreekstijl bewust laten afwijken om zich te outen als lid van een subcultuur.”
‘Zinloos en gevaarlijk’
Deborah Lambillotte van het Gentse holebihuis Casa Rosa vraagt zich af wat de zin is van de studie. “Ik heb mezelf nooit de bedenking gemaakt dat lesbische vrouwen anders spreken dan heterovrouwen, en ik zie ook het nut van die studie niet. Ik vind het zelfs een gevaarlijk onderzoek omdat de conclusie het stereotiepe beeld van de lesbische vrouw bevestigt en het hokjesdenken accentueert. Zullen vrouwen die als gevolg van roken een lagere stem hebben misschien voortaan als lesbisch gecatalogeerd worden?”
Professor Van Borsel, die zijn studente vroeg deze proef uit te voeren, beseft dat de studie zeer gevoelig ligt. “Maar dit is een wetenschappelijke studie die enkel registreert. Misschien bevestigt ze een stereotiep beeld, maar het gaat hier niet om een negatief beeld. De studie laat enkel de rijke variatie zien van het menselijke taalgebruik.”