Onderzoek van sociologe Marion van San schat dat er in de stad Antwerpen zo’n 800 jongens in de prostitutie werken. Vooral de buurt rond het stadspark is een belangrijke ‘afwerkplaats’ voor jonge homohoeren.
Hoewel haar onderzoek vooral inging op de situatie van vrouwenprostitutie en de evolutie in de Antwerpse ‘rosse buurt’, pleit Van San ook voor meer aandacht voor homoprostitutie. In Het Laatste Nieuws schat ze het aantal mannelijke prostitués in Antwerpen op bijna 800, tegenover zo’n 1.000 vrouwen. Die jongens worden bovendien steeds jonger.
Voornamelijk (de buurt rond) het stadspark is een belangrijke ‘afwerkplaats’ voor homohoeren. “De politie gedoogt het hier om te voorkomen dat het fenomeen zich over de hele stad zou verspreiden. De jongste tijd wordt er wel harder opgetreden omdat joodse burgers zich beklaagd hadden over de openlijke prostitutie in hun buurt.”
Geen bescherming internetprostitués
Om de problemen rond mannelijke prostitutie aan te pakken, werd enkele jaren geleden het Boysproject opgestart. De vaak minderjarige sekswerkers krijgen daardoor een plaats om tot rust te komen, maar ook advies en hulp om hun job veilig te kunnen uitvoeren.
Daarnaast is de verdoken prostitutie bezig aan een opmars. Via internet of advertenties ontsnappen sekswerkers massaal aan de controles. De omstandigheden waarin ze werken, zijn dan ook vaak onveilig. De stad wil daarom intensief onderzoeken hoeveel mensen er precies werken in de seksbusiness.
Tippelzone
Een opmerkelijke aanbeveling in van Sans rapport is de vraag om een gecontroleerde tippelzone. De stad Antwerpen ziet dat niet zitten en gelooft meer in een uitbreiding van de hulpverlening. Daar is op dit moment evenwel niet genoeg budget voor.
Maandag lekte de volledige inhoud van het rapport uit in Het Laatste Nieuws. De krant suggereert dat het stadsbestuur bewust bepaalde conclusies wou achterhouden. Schepen Monica De Coninck (Sp.a) ontkent dat en wijt de gedeeltelijke geheimhouding aan de aard van het document. Bepaalde informatie zou volgens haar de vertrouwensrelatie tussen hulpverleners en sekswerkers kunnen beschadigen. De Coninck vergat wel te melden dat alle namen die in het rapport worden genoemd fictief zijn, net om de privacy van de geïnterviewden te garanderen.
Acht aanbevelingen
In de krant De Standaard doet van San acht beleidsaanbevelingen:
• Zet een monitoringsysteem op, waardoor er een beter beeld komt van de sekswerkers.
• Organiseer een betere samenwerking tussen stadsdiensten, politie en andere instanties zodat mensenhandel beter kan worden opgespoord en gesignaleerd.
• Tracht zicht te krijgen op de verslavingsproblematiek van sekswerkers, zodat een hulpaanbod op maat kan uitgewerkt worden.
• Continueer het centrum waar prostituees terechtkunnen voor sociale en juridische hulp (Connecta) en maak het beter bekend.
• Zet een hulpverleningsprogramma op voor jongens in de prostitutie, waar gewerkt wordt rond huisvesting, scholing en tewerkstelling. Dat is het Boysproject, een laagdrempelig inloophuis dat zich vooral naar jongens in het Stadspark richt.
• Bevorder deskundigheid bij diensten die te maken krijgen met jongens en mannen in de prostitutie. Er is een structureel overleg gaande tussen de lokale politie, centrum, de jeugdbrigade, de cel prostitutie, de stadsdienst integrale veiligheid en het Boysproject.
• Zorg dat straatprostituees bereikt worden door de hulpverlening, met onder meer brood-bad-bed-opvang, een gecontroleerde tippelzone en opvangplek. Het schepencollege keurde op 15 februari het project Outreach en basiszorg straatprostituees goed. Deze actie zal nog dit voorjaar opgestart worden. De stad is niet meteen voorstander van een tippelzone.
• Ontwikkel speciale tewerkstellingsprojecten en andere sociale initiatieven voor vrouwen en mannen in de prostitutie, die uit het beroep willen stappen.