Holebibeweging burgerlijke partij in zaak Hachichi
Çavaria, de koepel van Vlaamse en Brusselse holebi- en transgendergroepen, stelt zich, net zoals het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR), burgerlijke partij in de zaak rond Layla Hachichi.
Het lichaam van het 18-jarige meisje, dat brandwonden vertoonde, werd op 10 oktober 2009 teruggevonden in de woning van haar ouders in de Damwijk in Antwerpen-Noord. Al snel werd gespeculeerd dat het meisje stierf na een duiveluitdrijving door een islamitische gebedsgenezer, die op vraag van de ouders het meisje moest 'genezen' van haar lesbische geaardheid.
Het CGKR en Çavaria (de voormalige Holebifederatie) stellen zich burgerlijke partij en willen dat dit mogelijke haatmotief tot de bodem onderzocht wordt. Nu pas? Vlak na de feiten nam Çavaria naar eigen zeggen contact op met het CGKR om zich correct te laten informeren over de zaak. Er werd niet publiekelijk gereageerd omdat de berichten in de media volgens Çavaria tegenstrijdig en onduidelijk waren, en omdat er onvoldoende feitenkennis bestond. Inmiddels zijn er meer en duidelijker aanwijzingen gevonden dat de geaardheid van het meisje een rol speelde in het 'uitdrijvingsritueel'. Door zich burgerlijke partij te stellen, krijgen het CGKR en Çavaria het recht om het dossier in te kijken en bijkomende onderzoeksdaden te vragen.
Woordvoerster Mieke Stessens: "Door onze burgerlijke partijstelling zijn we er in elk geval zeker van dat het mogelijke haatmotief 'seksuele geaardheid' voldoende onderzocht wordt door de onderzoeksrechter. Dat is voor ons cruciaal. Als uit het onderzoek blijkt dat Layla's geaardheid geleid heeft tot haar tragische dood, dan moet dit gevolgen hebben. Homofobie is verwerpelijk. Daarom maakt onze wetgeving strafverzwaring mogelijk indien er gehandeld werd met een haatmotief."
Çavaria wacht nu de resultaten van het onderzoek af en zal, als de zaak voor de raadkamer komt, opnieuw reageren.